Op woensdag 10 juni heeft onze voorzitter Marjolein van den Broek ingesproken bij de Provinciale Staten, tijdens een hoorzitting over de toegankelijkheid van het OV in Gelderland. We hebben deze inspraak vooraf afgestemd met andere belangenbehartigers ook in de regio. Daarom focust onze voorzitter in haar verhaal op een beperkt aantal knelpunten. Gezamenlijk met het Zelfregiecentrum Nijmegen, Platform Toegankelijk West Betuwe en Ieder(in) hebben we het brede verhaal van problemen met de toegankelijkheid proberen te schetsen. Ook vanuit het ROCOV en de Oogvereniging is een bijdrage gedaan.
Alle stukken en de inspraak is terug te zien via de website van de Provinciale Staten.
De inspraak van Marjolein is om 04:59. Aansluitend geeft zij ook diverse keren antwoord op vragen van raadsleden.
Beste Statenleden van de Provincie Gelderland,
Vanmiddag spreek ik in bij de hoorzitting over toegankelijkheid van het OV. Doordat ik blind ben, kan ik geen gebruik maken van een spiekbriefje. Vandaar dat ik u vast schriftelijk een wat uitgebreidere tekst stuur.
Toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer is sinds de oprichting van onze Arnhemse belangenorganisatie van inwoners met een beperking of chronische ziekte een belangrijk speerpunt. Ik wijs jullie graag op het verhaal over de historie hiervan op onze website. Pieter den Duijf vertelt daar hoe dit vanaf onze oprichting 42 jaargeleden is ontwikkeld. Hij ontving vorig jaar rond deze tijd nog een Koninklijke Onderscheiding voor zijn inzet en overleed kort daarna, anders zou hij hier zeker aanwezig zijn geweest.
Zijn verhaal laat zien hoe belangrijk de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen geweest is. Maar ook, wat er mis gaat als je mensen niet op tijd betrekt. Zo werd hij eind jaren ’80 uitgenodigd om de oplossing die door vervoerder en gemeente bedacht was te komen uitproberen. Met veel bombarie en in aanwezigheid van pers mocht hij de elektrische traplift proberen. Zoals hij al gewaarschuwd had, bleek de lift helemaal niet in staat om hem met zijn elektrische rolstoel omhoog te krijgen. Een kostbaar fiasco.
Daarna werd onze organisatie veel beter betrokken bij de ontwikkeling van werkelijk toegankelijke oplossingen. Deze betrokkenheid en die van andere belangenorganisaties, maakte dat onze regio lang voorop liep als het gaat om de toegankelijkheid van het OV. We zien echter, dat op provinciaal niveau betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij het beleid niet is geregeld. Dat is problematisch aangezien de Provincie gaat over verschillende terreinen die een grote impact hebben op het dagelijks leven van inwoners met een beperking en/of chronische ziekte, zoals mobiliteit en wonen.
Wat betreft het onderwerp van vandaag, toegankelijkheid van het OV, neem ik u graag mee met de bus, om te delen hoe ik en velen met mij dit ervaren.
Om met de bus te reizen, is het bereiken van de bushalte de eerste uitdaging. Zoals vandaag in de verhalen van anderen terug zal komen, is het de vraag of je überhaupt op een plek woont of naar een plek toe moet, waar je met de bus kunt komen. De regio Arnhem Nijmegen komt er in Gelderland aardig vanaf. Maar willen we wat verder weg, bijvoorbeeld richting Achterhoek of Overbetuwe, dan blijkt het veel lastiger. Terwijl voor veel mensen met een beperking het OV de belangrijkste manier is om zelfstandig te reizen. Met een visuele beperking kun je bijvoorbeeld niet autorijden en vaak ook niet fietsen.
We zien dat ook in Arnhem de randen van de stad veel slechter bereikbaar zijn, terwijl daar veel instellingen zitten, met mensen die volledig op het OV zijn aangewezen.
Als er dan een bushalte in de buurt is, dan zijn goede stoepen met gids- en geleidelijnen nodig en moet je veilig kunnen oversteken. In onze gesprekken over de inrichting van de openbare ruimte komen wij vaak tegen dat een zebrapad of verkeerslicht niet kan worden aangelegd omdat de bus dan een paar seconden vertraging oploopt. Op die manier drukken busroutes een grote stempel op de veiligheid en inrichting van gemeenten.
Wat natuurlijk heel vreemd is, want busreizigers zijn vrijwel allemaal ook voetgangers en er is dus een veilige, toegankelijke openbare ruimte nodig om überhaupt met OV te kunnen reizen. Het gebrek aan veilige oversteekplaatsen is voor veel mensen een belemmering, voor mensen die net als ik een visuele beperking hebben, maar ook mensen die bijvoorbeeld door een verstandelijke beperking of psychische kwetsbaarheid moeite hebben om overzicht te houden.
Het is dus noodzakelijk dat bij de planning van de busdienstregeling rekening gehouden wordt met het creëren van beveiligde oversteekplekken.
De inrichting van routes naar bushaltes en de haltes zelf moet worden gedaan volgens de leidraad toegankelijkheid van het CROW. Het is belangrijk dat iedereen die richtlijn volgt, zodat wanneer je in Arnhem in de bus stapt en in Apeldoorn eruit gaat, je erop kunt vertrouwen dat je jouw route kunt vervolgen.
Om met de bus te kunnen reizen, moet je kunnen instappen. Dat klinkt misschien als vanzelfsprekend, maar wanneer je een beperking hebt is dat zeker niet het geval. De bus staat niet altijd goed gehalteerd, waardoor het lastig of niet mogelijk is om in te stappen. Verder doen chauffeurs niet altijd de beide deuren open, waardoor mijn geleidehond niet voldoende ruimte heeft om in te stappen. We krijgen regelmatig signalen van mensen over het onbegrip wat zij meemaken, wat een drempel vormt om nog met het OV te durven reizen.
Buschauffeurs moeten standaard en herhaaldelijk een training krijgen met
ervaringsdeskundigen over reizen met het OV.
Na het instappen is het de vraag of je op tijd zit, omdat buschauffeurs vaak al wegrijden voordat iedereen een plekje heeft. Dat is niet alleen op te lossen met training, er is ook meer speling nodig in de tijdsplanning van busroutes. Dit punt noemde ik net ook in relatie tot veilig kunnen oversteken om bij de bushalte te komen.
Om bij de juiste halte uit te stappen ben ik afhankelijk van de omroep. Deze loopt niet altijd synchroon met de route, waardoor ik al vaker op de verkeerde plek uitgestapt, met alle gevolgen van dien. Dit is op te lossen door chauffeurs de halte informatie te laten omroepen, wanneer ze merken dat het systeem niet klopt of de omroep stuk is.
Nu zijn er natuurlijk ook mensen die niet (goed) kunnen zien en ook slechthorend zijn. Daarom is het belangrijk dat de omroep informatie via bijvoorbeeld ringleiding of een ander systeem direct te horen is via een hoortoestel.
Ik hoop u hiermee een beeld te hebben geschetst van de noodzaak van toegankelijk OV en wat nog verbeterpunten zijn. Graag verwijs ik ook naar de andere belangenbehartigers die inspreken, wij ondersteunen uiteraard alle punten die ook door hen worden ingebracht. Onze gezamenlijke verhalen schetsen een totaal beeld van de noodzaak om werk te maken van toegankelijk OV en laten ook zien hoe belangrijk het is om ervaringsdeskundigen te betrekken bij provinciaal beleid.
Ik beantwoord graag uw vragen.
Vriendelijke groet,
Marjolein van den Broek
Voorzitter Apcg